Pech en ongelukken. Iedereen overkomt het wel. De pijn als je bent gevallen en toch weer opstaat, gebroken botten soms zelfs nog ten spijt. Het is lastig, opstaan na vallen, letterlijk en figuurlijk. Het doet toch wat met je, vallen. 

Op dit moment, dat ik dit schrijf, zit ik met een been omhoog. Dik en blauw, zwaar gekneusd. Dit gebeurde tijdens mijn motorrijles, de dag voor mijn examen. Echt een dom ongeval terwijl de les zelf geweldig ging. Ik had gigantisch veel zelfvertrouwen dat ik het examen de volgende dag zou gaan halen en toen tijdens een gewone, simpele bocht, gaf ik per ongeluk gas waardoor ik de bocht uitschoot en mijn been voor enkele meters tussen de motor en afzetting samen geperst werd. Pijnlijk. 

Het was niet alleen pijnlijk als in ‘au mijn been’, maar ook geestelijk. Enkele dagen heeft de gedachte in mijn hoofd gespookt, gejaagd eigenlijk, dat ik misschien maar geen motorrijbewijs moest gaan proberen te halen. Misschien was ik niet goed hierin, misschien was dit wel een teken. 

Heleboel misschien en heleboel slechte gevoelens. Iets wat niet erg helpt als je dagen met je been omhoog moet zitten met ijs om je been en ibuprofen in je maag, terwijl je in gedachten door de kamer stuitert omdat je je verveelt. 

De moed zonk nogal ver in mijn schoenen, zo door de gaten in de zool tot aan de grond. Tot ik het erover had met vrienden en ging nadenken. Nadenken over de andere ongevallen die ik heb meegemaakt. Toen ik in groep acht net verkeerd landde op de mat bij het slingeren, half over de mat eigenlijk, en mijn pols brak gaf ik ook niet op. Ik bleef koppig met gips proberen te schrijven met rechts omdat mijn handschrift met links onleesbaar was. Ik was ook niet bang geworden om te slingeren tijdens gym. 

Of toen ik met mijn vijftiende van een paard viel en mijn sleutelbeen brak. Iets wat bijna elke paardenmeisje wel eens meemaken en het afbrengen door slechts een week met een mitella rond te lopen, moest ik geopereerd worden. Er werd een plaatje over de breuk bevestigd omdat het zo ernstig gebroken was dat het bot door mijn huid kon gaan. Toch ging ik vanaf de minuut dat ik mocht weer paardrijden. Zelfs op het paard waarvan ik afgevallen was. 

Botten gebroken, blauwe plekken, kapotte neus, schaafwonden, stukken tand verloren, littekens overal. Ik heb een hele geschiedenis aan valpartijen en toch heb ik nooit echt iets opgegeven. Ik klauterde graag bomen in, dit zou ik nog steeds wel willen al gaat het er wat apart uit zien nu als wat stevige volwassene. Fietsen met de hond naast mij, rennen, gymmen en zelfs lopen is gevaarlijk voor mij en toch blijf ik het allemaal doen. 

De moed is nu niet meer ergens onder mijn schoenen te vinden, het is opgekropen door mijn tenen, door mijn benen, helemaal tot aan mijn hart en hoofd. Ook al zak ik misschien voor mijn eerste examen met motorrijles, nou en! Gewoon nog een keer proberen, net zo vaak als nodig is, tot ik ook dat rijbewijs binnen heb. En dan door naar het volgende. 

De moed, die zit in mij!

Door Nadine van Schagen